Interview Anuschka Postelmans

Anuschka Postelmans is moeder van 2 dochters . Haar jongste dochter Zoë is drie en een half jaar oud. Bij haar werd diabetes mellitus type 1 geconstateerd toen ze nog maar twee jaar oud was.
Anuschka is een jonge moeder die door de weeks voor haar kinderen zorgt en in het weekend werkt. Als zij werkt zorgt haar man voor de kinderen.

D-Support: Hoe ben je erachter gekomen dat Zoë diabeet is ?

Anuschka. ”Zo klein als ze was moest ze opeens heel veel drinken. Zoë moest tussen elke hap eten drinken. Ik ben toen naar de huisarts gegaan, die bloed liet prikken op een nuchtere maag. Maar de uitslag van de bloedtest liet normale waarden zien, dus werd tegen mij gezegd dat ze gelukkig geen suikerziekte had. Maar Zoë bleef drinken. Ik moest bij gaan houden hoeveel ze dronk. Dat was na 1 ½ tot 2 liter per dag en dat is veel voor een klein kind. Twee weken er na viel me op dat Zoë afgevallen was en dat ze donkere kringen om haar oog had. Ik was zeer ongerust en ben toen weer naar de huisarts geweest. Uit eindelijk werden we door gestuurd naar het ziekenhuis. Eerst werd gedacht dat er iets met haar nieren was, maar na de echo bleek dat het niet aan haar nieren lag. Toen toch maar weer bloed geprikt en urine opgevangen. Daarna werd ons vrij snel mede gedeeld dat Zoë toch diabetes heeft. Omdat haar alvleesklier in de avond nog wel functioneerde kwam ze in de ochtend op normale waarden. In de loop van de dag ontregelde ze.
We zijn toen een week in het ziekenhuis gebleven met haar om te leren prikken. Ik had daar een enorme weerstand tegen om mijn kind te prikken. Ik kon niet bevatten dat ik mijn kleine meisje 8x per dag vingerprikken moest geven en insuline te spuiten, dit heel haar leven lang. Het deed me gewoon fysiek pijn, Ik werd er depressief van. Ze hoeft gelukkig niet meer zo vaak te prikken omdat ze nu een sensor en een pomp heeft.
Een jong kind met diabetes brengt heel veel veranderingen mee in het dagelijks leven van een gezin. Van de diabetesverpleegkundige verbonden aan het ziekenhuis waar Zoë in behandeling is, heb ik heel veel geleerd. Ik leerde de hoeveelheid insuline berekenen die Zoë nodig heeft. En waar je rekening mee moet houden. Op het gegeven moment ben ik zelf aanpassing gaan doen. Ik leerde observeren hoe dat uitpakt. Ik leerde hoe ik een hypo kon herkennen bij mijn kind. Je weet dat via het sensoralarm, maar dat is en blijft een computer. Je moet altijd kijken naar je kind en de signalen herkennen. Zoë krijgt het koud, wordt een beetje duizelig en zondert haar eigen af en gaat op de trap zitten.

D-Support: Wanneer heb je besloten een oppas te zoeken?

Ik heb geen oppas genomen voor de zorg of dat ik zelf weg kan, maar om met de kinderen te spelen. Ik ben gewoon thuis als de oppas komt. Maar ik kan dan even rustig andere dingen doen. De kinderen hebben zo ook contact met anderen. Mijn oppas heeft zelf ook diabetes en kan weet daardoor waar hij op moet letten. Het belangrijkste vind ik dat Zoë het ziet dat ze niet de enige is die diabetes heeft.

D-Support: Wat voor verbeteringen zou je willen zien in de diabeteszorg voor kinderen?

Ik zou graag zien dat mensen in de maatschappij beter snappen wat diabetes inhoud. Straks gaat ze naar school. Voorlopig zal ik de zorg zelf doen. Dat betekent dat ik twee keer per dag naar school zal gaan om tijdens de eetmomenten insuline toe te dienen.
Ik ga er gelukkig nu veel meer ontspannen mee om. Eén van mijn kinderen heeft diabetes , het verdriet is er nog steeds. Maar genieten van het leven staat op nummer 1 bij ons en dat pakt niemand (ook geen diabetes) van ons af.

Updated: 16 januari 2018 — 11:05