Ik ben wakker geworden. Ik voelde me niet zo lekker.

Je ziet hem bijna niet, maar ik heb een insulinepompje. Dat is een computertje dat er voor zorgt dat ik altijd een beetje insuline krijg. Ook ‘s nachts. Dat gaat via een slangetje dat net onder mijn huid zit. Niet iedereen heeft zo’n pompje hoor. Als je geen pompje hebt heb je injecties met kleine naaldjes. Maar ja, ik heb dus zo’n pompje. In de nacht kan ik ook weleens onrustig worden. Dan controleren mijn ouders ‘s nachts extra mijn waarden. Ben ik al gewend hoor. Mijn bloedglucosewaarden zijn dan als een kermisattractie, die alle kanten op schommelt. Mijn ouders noemen zo’n nacht een “nachtdienst”. Sommige kinderen met diabetes testen elke nacht, maar ik heb vooral last na het sporten, of na een feest. Of als ik ziek ben. Diabetes is grillig en niet te voorspellen, ook al letten we de hele tijd op. Maar ja. Ik heb nu eenmaal diabetes en ik vind het eigenlijk wel normaal. Het kan wel eens druk zijn voor mijn ouders maar we hebben toch altijd veel plezier. Ik ga weer slapen. Tot morgen!