Jippie. Ik ben aan het tennissen. Niemand ziet aan mij dat ik diabetes heb.

Toevallig doe ik aan tennissen. Het gekke is dat niemand aan mij kan zien dat ik diabetes heb. Daarom weet iedereen van de tennisclub dat ik diabetes heb. Want ik moet wel opletten. Omdat ik dan veel beweeg kan het zijn dat ik een hypo krijg. Ik moet daarom soms tussendoor even bijkomen, eten en meten. Als mijn ouders voor elke training moeten uitleggen hoe de diabetes werkt krijg ik aandacht die ik niet wil. Maar ja, soms heb ik het zelf niet eens door dat ik een hypo of hyper heb. Ik ga dan zweten, bleek zien, trillen, wordt wat agressief of boos en kan ook hoofdpijn krijgen. Of ik krijg rode wangen, wordt traag en ga opeens veel plassen en drinken. Er is veel om aan te denken: extra eten, drinken, prikspullen en insuline in een apart tasje in mijn sporttas. Daarom blijft mijn vader bij bijna alle trainingen en wedstrijden. Voor de zekerheid, zegt-ie. Het is ook fijn als ik eens met een ander kind kan meerijden naar een wedstrijd. Die vader of moeder kan dan eerst via D-Support een e-learning doen en dan ben ik ook veilig. Vandaag heb ik gewonnen. Nu ga ik naar huis 🙂